Klaag maar raak bij het Tijdelijk Noodfonds Energie!

Geschreven door Yacintha Habicht, Veerle van Waarde
5 minuten lezen
Terug naar overzicht

Amsterdam, 23 juni 2023

Miljoenen huishoudens in Nederland dreigden afgelopen winter te worden geconfronteerd met een torenhoge energierekening of een ijskoude woning. Dit leidde tot ruimhartige energiecompensatie door de overheid. Denk bijvoorbeeld aan de eenmalige energiekorting van €190 per huishouden, het prijsplafond en de energietoeslag. Voor sommige huishoudens boden deze overheidsmaatregelen echter geen of onvoldoende hulp. Daarom is het Tijdelijk Noodfonds Energie (hierna: TNE) in het leven geroepen.

Dit fonds is vormgegeven als stichting en een initiatief van SchuldenLabNL, de Nederlandse Schuldhulproute, Eneco, Vattenval, Essent en Greenchoice (Kamerstukken I 2022/23, 36 200 XV, L, p. 1). TNE had als doel om te voorkomen dat financieel kwetsbare huishoudens afgelopen winter problematische (energie)schulden opbouwden (Kamerstukken II 2022/23, 29 023, nr. 360, p. 1). Daartoe betaalde TNE een deel van de energierekening van kwetsbare huishoudens over de periode oktober-december 2022 en/of januari-maart 2023 aan de energieleveranciers. Uiteindelijk hebben ruim 165.000 huishoudens een aanvraag bij TNE ingediend, waarvan 56.000 aanvragen zijn goedgekeurd en momenteel nog 61.000 aanvragen in behandeling zijn.

Hoewel het fonds een privaat initiatief is, ontving TNE wel een subsidie van maximaal €50 miljoen van de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen (hierna: de minister). Aanvullend daarop stortten de energieleveranciers een bedrag van maximaal €50 miljoen in het fonds (Kamerstukken I 2022/23, 36 200 XV, L, p. 1). Na het openstellen van de aanvraagprocedure bij TNE werd er direct kritiek geuit. Zo konden huishoudens alleen een aanvraag bij TNE indienen via een app op hun smartphone met een (relatief) nieuw besturingssysteem, waarvoor zij over een geldig e-mailadres en DigiD moesten beschikken. Een desktopversie bestond bij aanvang van het fonds niet (zie NOS 8 februari 2023, AD 2 maart 2023). Mede gelet op de publieke taak die TNE uitvoert, is het daarom niet vreemd dat de Nationale ombudsman ruim 70 klachten heeft ontvangen over de ingewikkelde aanvraagprocedure van TNE (interview met Ira van Keulen op 2 juni 2023, strategisch adviseur bij de Nationale ombudsman). Nu TNE een privaat initiatief is, dat met privaat en publiek geld een publieke taak uitvoert, staat in deze blog de vraag centraal of huishoudens met hun klachten over TNE bij de Nationale ombudsman terecht konden en zo niet, waar zij dan wel konden klagen.

To be or not to be: bestuursorgaan?
Alleen wanneer TNE is aan te merken als bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 lid 1 Awb, kunnen huishoudens klagen bij de Nationale ombudsman. Omdat TNE is vormgegeven als stichting, kan het fonds geen a-bestuursorgaan zijn. TNE is ook geen b-bestuursorgaan, omdat een wettelijk voorschrift ontbreekt waarin is bepaald dat het fonds financiële steun verstrekt. De enige optie die dan nog overblijft is dat TNE is aan te merken als buitenwettelijk b-bestuursorgaan. Daarvoor is vereist dat de inhoudelijke criteria voor het verstrekken van financiering in beslissende mate worden bepaald door een a-bestuursorgaan én (cumulatief) dat de te verstrekken financiering door het fonds voor ten minste twee derde afkomstig is van een a-bestuursorgaan (ABRvS 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3379, AB 2015/129, m.nt. J.A.F. Peters en ABRvS 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3394, AB 2015/130, m.nt. J.A.F. Peters.). TNE voldoet niet aan het financiële vereiste, omdat de verstrekking vanuit TNE slechts voor de helft en niet voor twee derden wordt gefinancierd door een a-bestuursorgaan. Daarmee is TNE geen buitenwettelijk b-bestuursorgaan. Door de minister wordt dit ook erkend in een kamerbrief (Kamerstukken II 2022/23, 29 023, nr. 360, p. 3). Dit heeft tot gevolg dat bezwaar en beroep bij de bestuursrechter niet openstaan. Daarnaast is de Nationale ombudsman niet bevoegd om kennis te nemen van klachten over TNE. Burgers kunnen aldus alleen intern klagen bij TNE over de ingewikkelde aanvraagprocedure van het noodfonds. De Nationale ombudsman heeft de ruim 70 ‘klagers’ daarom doorverwezen naar het noodfonds. Wel is de Nationale ombudsman met de bij TNE betrokken partijen om tafel gegaan om de toegankelijkheid van het noodfonds te verbeteren (interview met Ira van Keulen op 2 juni 2023, strategisch adviseur bij de Nationale ombudsman).

Geen bestuursorgaan, pardon!?
Dat TNE geen bestuursorgaan is, is vanuit het perspectief van de burger opmerkelijk. In de eerste plaats omdat TNE een publieke taak uitoefent. Volgens de minister is het namelijk van groot maatschappelijk belang ‘problematische schulden als gevolg van een hoge energierekening te bestrijden en huishoudens die hieronder lijden, tegemoet te komen’ (Brief aan Algemene Rekenkamer over Noodfonds energiearmoede). In de tweede plaats omdat via Rijksoverheid.nl en publieksinformatie door de minister is verwezen naar TNE. Vanuit het burgerperspectief lijkt TNE daarmee onderdeel, of verlengstuk, van ‘de overheid’ te zijn. Desondanks heeft dit er niet voor gezorgd dat de minister TNE publiekrechtelijk heeft vormgegeven. Volgens haar boden de publieke routes op korte termijn geen oplossing, omdat daarmee de beoogde doelgroep niet tijdig en gericht kon worden geholpen. TNE kon deze huishoudens wel snel helpen, waardoor de privaatrechtelijke weg moest worden bewandeld (Kamerstukken II 2022/23, 29 023, nr. 360, p. 3).

Ondanks dat TNE geen bestuursorgaan is, heeft de minister in haar kamerbrief wel expliciet opgenomen dat TNE procedures voor klachten en bijzondere gevallen zal hebben (Kamerstukken II 2022/23, 29 023, nr. 360, p. 3). In de praktijk kende TNE echter geen formele (professionele) interne klachtenprocedure. Zo was er geen informatie over een klachtenprocedure op de website te vinden. Wel konden burgers telefonisch contact opnemen met TNE en was het fonds via e-mailadres bereikbaar. Uit het aantal klachten dat de Nationale ombudsman over TNE heeft ontvangen, kunnen we afleiden dat bij burgers de behoefte bestaat om gebruik te kunnen maken van een formele (professionele) klachtenprocedure. De wens voor een formele (professionele) klachtenprocedure bestaat in dit geval dus zowel vanuit de overheid als vanuit de burger. Hoe kan de overheid ervoor zorgen dat de private partij die een publieke taak uitvoert ook een formele (professionele) klachtprocedure inricht?

(Klaag)lessen voor de toekomst!
Nu we hebben geconstateerd dat er behoefte is aan een formele (professionele) klachtenprocedure wanneer een private partij een publieke taak uitoefent, wordt bekeken hoe dit bij toekomstige publiek-private fondsen kan worden gerealiseerd. In de eerste plaats kan de minister, wanneer hij of zij wenst dat een publiek-privaat fonds een klachtenprocedure kent, dit niet alleen opschrijven in een kamerbrief maar ook uitdrukkelijk opnemen als verplichting in de subsidiebeschikking aan het fonds. Daaruit moeten ook eisen voortvloeien waaraan de klachtenprocedure minimaal moet voldoen, zodat een eerstelijns (interne) klachtenbehandeling bij het fonds daadwerkelijk is gegarandeerd.

In de tweede plaats is het noodzakelijk dat ook een tweedelijns klachtenbehandeling bestaat wanneer een private partij een publieke taak uitoefent. Een tweedelijns klachtbehandelaar kan namelijk toezicht houden op de behoorlijkheid van een eerstelijns klachtbehandeling. Gelet op de ervaring die de Nationale ombudsman heeft als tweedelijns behandelaar ten aanzien van bestuursorganen, lijkt het ons een logische keuze als hij ook als tweedelijns klachtbehandelaar optreedt ten aanzien van private partijen die een publieke taak uitvoeren. Dat elke publieke taak, ongeacht door wie deze wordt uitgevoerd, onder de bevoegdheid van een ombudsman moet vallen is in Nederland al wettelijk vastgelegd ten aanzien van de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman (zie art. 11C lid 1 onder b WNo. jo. art. 11h lid 1 onder b Wno). Wij roepen de wetgever op om dit ook ten aanzien van de Nationale ombudsman wettelijk te verankeren.

Dat er een formele (professionele) klachtenprocedure bestaat voor private partijen die een publieke taak uitvoeren is te meer van belang nu we leven in een tijd waarin de overheid voor grote maatschappelijk opgaven gesteld staat, die steeds vaker via publiek-private samenwerkingen worden opgelost. TNE is daarvan slechts een van de vele voorbeelden. Ook wanneer de overheid een publieke taak op afstand plaatst, blijft het haar taak om ervoor te zorgen dat burgers (raak) kunnen klagen!

 

 

Yacintha Habicht

Yacintha Habicht is junior docent en onderzoeker aan de sectie Staats- en bestuursrecht van de Universiteit van Amsterdam.

Veerle van Waarde

Veerle van Waarde is promovenda bestuursrecht bij de sectie Staats- en bestuursrecht van de Universiteit van Amsterdam.

Terug naar overzicht